De bedrijfsmentor: Van familiebedrijf naar volgende generatie

Een dag uit het leven van een bedrijfsmentor
Een tijdje geleden zat ik aan tafel bij een ondernemer die al meer dan dertig jaar een mooi familiebedrijf runt. Hij had het ooit samen met zijn vrouw opgebouwd. Begonnen met een paar klanten, lange dagen en vooral heel veel zelf doen. Inmiddels stond er een gezond bedrijf met een goed team en een sterke naam in de regio.
Ook zijn zoon werkte al jaren in de zaak. Op het eerste gezicht leek de toekomst daarmee geregeld.
“Hij wil het bedrijf graag overnemen,” vertelde de ondernemer. “En ik wil het hem ook graag gunnen.”
Ik vroeg hem wanneer hij dacht dat dat zou gebeuren. Hij keek even naar buiten. “Dat weten we eigenlijk niet.”
En daarmee kwamen we bij een onderwerp dat ik bij familiebedrijven vaker tegenkom. Iedereen weet ongeveer waar het naartoe gaat. Maar juist omdat het zo vanzelfsprekend lijkt, wordt het echte gesprek steeds uitgesteld.
Een bedrijf overdragen is iets anders dan de sleutel doorgeven
Bij een familiebedrijf lopen zakelijk en persoonlijk voortdurend door elkaar heen. Je draagt niet alleen aandelen, klanten en verantwoordelijkheden over. Je draagt iets over waar je zelf jarenlang aan hebt gebouwd. Een bedrijf waarin jouw manier van werken zit, jouw relaties, jouw beslissingen en vaak ook een flink deel van je identiteit. Tegelijkertijd staat er iemand klaar die het op zijn of haar eigen manier wil gaan doen. Dat maakt een familieoverdracht bijzonder, en soms ook ingewikkeld.
Tijdens ons gesprek vroeg ik de ondernemer wat zijn zoon volgens hem anders zou doen. Hij begon te lachen: “Waarschijnlijk een heleboel.”
“En vind je dat erg?”
Toen werd het stil.
Loslaten begint veel eerder dan de overdracht
Veel ondernemers denken bij bedrijfsoverdracht aan het moment waarop de handtekeningen worden gezet. Maar in mijn ervaring begint een goede overdracht jaren eerder, met kleine dingen.
Een klant die voortaan niet meer automatisch de vader belt, maar de zoon. Een medewerker die met een belangrijke beslissing naar de nieuwe generatie stapt. Een overleg waarin de huidige eigenaar bewust niet als eerste zijn mening geeft. Juist daar zie je of een bedrijf werkelijk klaar is om verder te gaan zonder degene die het heeft opgebouwd. En bij deze ondernemer bleek dat nog best lastig.
Zijn zoon had inmiddels behoorlijk wat verantwoordelijkheid, maar bij belangrijke klanten schoof vader toch graag even aan. Grote investeringen kwamen nog altijd op zijn bureau terecht. En als er ergens gedoe was, wist iedereen precies bij wie ze moesten zijn. Niet omdat zijn zoon het niet kon. Maar omdat het jarenlang zo was gegaan.
En dan is er ook nog de rest van de familie
Bij een familiebedrijf zitten er bovendien vaak meer mensen aan tafel dan alleen degene die overdraagt en degene die overneemt. Soms letterlijk, soms vooral op de achtergrond.
In dit geval waren er ook andere kinderen. Zij werkten niet in het bedrijf, maar het bedrijf was natuurlijk wel onderdeel van hún familiegeschiedenis. En daarmee kwamen er andere vragen naar boven. Hoe kijken zij naar de overdracht? Voelt de gekozen oplossing voor iedereen eerlijk? Is er een verschil tussen wat zakelijk logisch is en wat binnen de familie als rechtvaardig wordt ervaren? En zijn die verwachtingen eigenlijk ooit naar elkaar uitgesproken?
Dat zijn gesprekken die ondernemers soms liever uitstellen. Heel begrijpelijk. Aan de keukentafel ben je vader, moeder, zoon, dochter, broer of zus. Op kantoor gaat het ineens over eigendom, zeggenschap, geld en verantwoordelijkheid.
Juist daarom is het belangrijk om die twee niet door elkaar te laten lopen. Niet ieder familielid hoeft dezelfde rol in het bedrijf te krijgen. Maar iedereen moet wel begrijpen waarom bepaalde keuzes worden gemaakt. Openheid voorkomt niet ieder verschil van mening. Het voorkomt wél dat verwachtingen jarenlang onuitgesproken blijven.
Kan het bedrijf eigenlijk wel zonder jou?
Dat is een vraag die ik niet alleen bij familiebedrijven stel. Want of je een bedrijf nu overdraagt aan je kinderen, verkoopt aan een medewerker of uiteindelijk aan een externe partij: een bedrijf dat volledig afhankelijk is van de eigenaar is lastig over te dragen. Als alle belangrijke klantrelaties bij jou liggen, jij als enige precies weet hoe bepaalde processen lopen en medewerkers voor iedere beslissing bij jou aankloppen, draag je geen zelfstandig bedrijf over. Je draagt vooral veel afhankelijkheid over.
Daarom kijk ik bij bedrijfsoverdracht graag verder dan de vraag: wie wordt de volgende eigenaar? Minstens zo belangrijk is de vraag: wat voor bedrijf krijgt die volgende eigenaar eigenlijk in handen?
De volgende generatie hoeft geen kopie te worden
Een paar weken later zat ik opnieuw met vader en zoon aan tafel. Dit keer ging het niet over de datum van de overdracht. Ook niet over aandelen of de financiële kant. We spraken over hun beeld van de toekomst.
Waar wilde vader naartoe? Waar zag zijn zoon kansen? Welke klanten wilden ze blijven bedienen? Wat mocht veranderen? En misschien nog belangrijker: waar moest de nieuwe generatie daadwerkelijk de ruimte krijgen om eigen keuzes te maken? Op sommige punten verschilden ze behoorlijk van mening. Maar dat was juist goed. Een familiebedrijf overdragen betekent namelijk niet dat de volgende generatie precies moet doorgaan zoals het altijd is gegaan. Je wilt het goede behouden, zonder de toekomst vast te zetten.
Een gesprek dat je niet te lang moet uitstellen
Aan het einde van die middag zei de ondernemer: “Ik dacht altijd dat ik hem vooral moest leren hoe ik het bedrijf run. Misschien moet ik hem juist de ruimte geven om te ontdekken hoe híj het wil runnen.”
Die opmerking is me bijgebleven. Want uiteindelijk gaat bedrijfsoverdracht niet alleen over afscheid nemen. Het gaat ook over ruimte maken voor wat daarna komt. Dat vraagt om een bedrijf dat financieel gezond is, waarin verantwoordelijkheden duidelijk zijn en dat niet volledig op één persoon leunt. Maar het vraagt ook iets van de ondernemer zelf.
Kun je loslaten?
Kun je accepteren dat sommige dingen anders zullen gaan?
Kun je met je familie open praten over wat de overdracht voor iedereen betekent?
En heb je eigenlijk al bedacht wat je zelf gaat doen als je op maandagochtend niet meer degene bent die als eerste de deur opent?
Dat zijn geen vragen voor het laatste jaar voor de overdracht. Juist wanneer stoppen nog helemaal niet aan de orde lijkt, is het verstandig om erover na te denken. Niet omdat je morgen weg moet, maar omdat een bedrijf dat zonder jou verder kan, vandaag al een sterker bedrijf is. En bij een familiebedrijf komt daar nog iets bij. Je geeft de volgende generatie dan niet alleen een onderneming door. Je geeft ze vooral de ruimte om er hún onderneming van te maken.
Begin voordat het nodig is
Als bedrijfsmentor zie ik dat een goede bedrijfsoverdracht zelden begint met een overdrachtsdatum. Het begint met gesprekken. Over de toekomst van het bedrijf, over de rol van de ondernemer, over de volgende generatie én over de verwachtingen binnen de familie. Daar hoef je niet mee te wachten tot je wilt stoppen. Sterker nog: hoe eerder je begint, hoe meer ruimte je hebt om keuzes rustig te maken en het bedrijf stap voor stap minder afhankelijk van jou te maken.
Misschien is dat wel de belangrijkste vraag om jezelf vandaag te stellen:
Als ik mijn bedrijf ooit wil overdragen, wat moet er dan nú al veranderen?
Je hoeft het antwoord niet meteen te hebben. Maar het gesprek erover kun je wel alvast beginnen.
Als bedrijfsmentor help ik ondernemers om juist die vragen op tijd op tafel te krijgen. Niet om te bepalen aan wie je je bedrijf moet overdragen, maar om samen te zorgen dat jij, je bedrijf én de mensen om je heen klaar zijn voor de volgende stap.
Wil je eens sparren met een bedrijfsmentor?
Neem rechtstreeks contact op met één van onze bedrijfsmentoren bij jou in de buurt voor een vrijblijvend gesprek. Je kunt ook ons contactformulier gebruiken.